Summerschool

Wat is de zomerschool voor zittenblijvers?

Jaarlijks blijven ongeveer 28.600 leerlingen in het voortgezet onderwijs zitten. In verhouding tot andere westerse landen ligt het gemiddelde in Nederland hoog. Het ministerie van OCW en de VO-raad hebben de ambitie uitgesproken om het aantal zittenblijvers in het voortgezet onderwijs te reduceren. De zomerschool wordt gezien als belangrijk middel om die ambitie waar te maken. Maar wat is de zomerschool precies?

Wat houdt de zomerschool in?

Een zomerschool is niet een aparte school, maar een extra lesprogramma voor zittenblijvers in het voortgezet onderwijs. Het programma wordt in de zomer aangeboden. De zomerschool heeft als doel om taal- of leerachterstanden bij zittenblijvers te verkleinen, zodat zij alsnog overgaan naar het volgende leerjaar. In de zomer van 2013 en 2014 is geëxperimenteerd met de eerste zomerscholen voor zittenblijvers.

Voor wie is deze zomerschool?

De zomerschool voor zittenblijvers is bedoeld voor leerlingen die dreigen te blijven zitten op slechts één of twee vakken. De zomerschool biedt leerlingen een nieuwe kans om alsnog over te gaan naar het volgende leerjaar.

Wat leer je op deze zomerschool?

Zittenblijvers worden op de zomerschool bijgespijkerd. Zij krijgen dan ook geen nieuwe lesstof. Leerlingen volgen slechts een beperkt aantal vakken, maar wel leerstof van het gehele leerjaar. Het intensieve lesprogramma is bedoeld om de vereiste leerstof alsnog eigen te maken. Via een eindtoets laten de deelnemers zien of zij de geleerde stof beheersen. De school bepaalt of een leerling wordt bevorderd.

Hoe ziet de Zomerschool eruit?

Leerlingen krijgen les van onze begeleiders in de vakken waarin de begeleiders gespecialiseerd zijn.

Er wordt lesgegeven in groepen van ongeveer 5-8 leerlingen. Tijdens deze les geeft de begeleider uitleg en werkt hij samen met de leerlingen aan de stof die door de docent is gegeven. Daarnaast krijgen de leerlingen als het nodig is ook huiswerk voor de verwerking van de stof. Aan het einde van deze twee weken krijgen de leerlingen een toets die hun kennis niveau meet. De eindtoets wordt door de vakdocent gemaakt. De begeleider heeft geen inzage in deze toets, maar kijkt hem wel na. De vakdocent levert het correctiemodel met aanwijzingen voor het nakijken en de normering aan. Een coördinator is de volledige twee weken boventallig aanwezig om begeleiders te coachen en ondersteunen, te helpen bij “probleempjes”, overleg te hebben met school/docenten, extra oefenmateriaal te verzamelen indien nodig en contact te hebben met de ouders.